geinspireerd door Thich Nath Hanh
In elk leven zijn er fouten — pijnlijke fouten.
In elk leven is er lijden, en dat lijden vertroebelt het water in de vijver van ons bestaan.
Zo vaak gebeurt het volgende:
we blijven teruggaan naar wat in het verleden fout liep.
We koesteren wrok — tegenover anderen en tegenover onszelf.
Steeds opnieuw woelen we het water om
en verstoren zo onze eigen rust.
Maar als we erin slagen
om onze geest, ons hart en onze ziel tot rust te brengen —
door vergeving voor anderen
en, minstens even belangrijk, vergeving voor onszelf,
en door dankbaarheid
voor alles wat nog mooi en waardevol is in ons leven —
dan begint het stof te bezinken.
Het water van ons leven wordt helder.
De modder verdwijnt niet.
De pijn die we hebben ervaren
of zelfs zelf hebben veroorzaakt, blijft bestaan.
Maar wanneer we die pijn laten rusten
op de bodem van de vijver van ons leven,
wordt zij vruchtbare grond.
Uit die modder kunnen lotusbloemen groeien —
diep geworteld in het lijden,
maar oprijzend als moooie bloemen, in schoonheid.
Het zijn de lessen die we hebben geleerd,
de wijsheid die is gegroeid,
de liefde die zachter werd door mededogen,
de stille vrede die ontstaat
uit oprechte vergeving
en dankbaarheid die uit het hart komt.
Af en toe zal er een storm komen
die de modder weer doet opwaaien, het water vetroebelen.
.Maar hoe meer we oefenen in innerlijke rust,
hoe vaardiger we worden
in het terugkeren naar stilte.
Het water klaart sneller op.
En opnieuw wordt de modder voeding
voor de bloemen die ons leven mooi maken —
niet alleen voor onszelf,
maar voor iedereen die ze ziet.